ECLI:NL:RBARN:2007:BC0197
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.W. Huijgen
- R.A. Boon
- T.P.E.E. van Groeningen
- Rechtspraak.nl
Nietigheid van levensverzekeringsovereenkomsten op niet-bestaande personen en gevolgen provisiebetaling
De rechtbank Arnhem behandelde een geschil tussen Aegon Levensverzekering N.V., Trion B.V. en Finplan Benefits B.V. over de geldigheid van levensverzekeringsovereenkomsten die Trion bij Aegon had afgesloten. Uit onderzoek bleek dat vrijwel alle verzekeringen betrekking hadden op niet-bestaande personen, waardoor deze niet als persoonsverzekeringen konden worden aangemerkt en derhalve niet toegestaan waren volgens artikel 7:964 BW Pro. De rechtbank verklaarde deze verzekeringen nietig op grond van artikel 3:40 BW Pro.
Aegon stelde dat Trion en Finplan tekort waren geschoten in hun zorgplicht en dat zij onrechtmatig hadden gehandeld door de grootschalige fraude mogelijk te maken. De rechtbank oordeelde dat Trion opzettelijk had misleid, waardoor Aegon de premies mocht behouden. Finplan werd echter niet aansprakelijk gehouden wegens gebrek aan concrete aanwijzingen van tekortkoming of wetenschap van de fraude.
Daarnaast vorderde Aegon terugbetaling van onverschuldigde provisie aan Finplan, wat niet als schadevergoeding werd toegewezen maar via onverschuldigde betaling moest worden teruggevorderd. Trion's vordering tot restitutie van betaalde premies werd afgewezen. Finplan's reconventionele vordering tot schadevergoeding wegens beëindiging van samenwerking werd eveneens afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank hield verdere beslissingen aan en stelde partijen in de gelegenheid om nadere toelichting te geven op de omvang van de schade en provisiebedragen. Het vonnis werd gewezen door drie rechters en op 28 november 2007 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De verzekeringsovereenkomsten op niet-bestaande personen zijn nietig en Aegon mag de premies behouden wegens opzet tot misleiding door Trion.