ECLI:NL:RBARN:2007:BB8204
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring voorzieningenrechter wegens niet aannemelijke cessie en woonplaatskeuze
PPG Industries Netherlands B.V. vordert betaling van onbetaalde facturen van European Paint Importers Ltd. (EPI), stellende dat Ameron B.V. haar vorderingen op EPI heeft gecedeerd aan PPG. PPG beroept zich op een competentiebeding in de distributieovereenkomst tussen Ameron en EPI, dat de Arnhemse voorzieningenrechter exclusieve bevoegdheid geeft.
EPI betwist de cessie en stelt dat PPG geen partij is bij de distributieovereenkomst en dus geen beroep kan doen op het competentiebeding. Tevens betwist EPI dat zij woonplaats heeft gekozen bij haar advocaat in Nederland. De voorzieningenrechter beoordeelt de bevoegdheid aan de hand van de EEX-Verordening en Nederlands recht.
De voorzieningenrechter oordeelt dat PPG onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vorderingen zijn gecedeerd, mede omdat een ondertekende cessieakte ontbreekt en de facturen niet overtuigend zijn. Ook is geen schriftelijke woonplaatskeuze bij de advocaat vastgesteld. Hierdoor faalt het beroep op het competentiebeding en is de Nederlandse rechter niet bevoegd.
PPG wordt veroordeeld in de proceskosten van EPI. De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de vorderingen van PPG en wijst de zaak af op grond van artikel 2 EEX Pro-Vo.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd omdat PPG niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij door cessie het competentiebeding kan inroepen en EPI geen woonplaatskeuze heeft gedaan.