ECLI:NL:RBARN:2007:BB8037
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.H. Bokx-Boom
- L. van Gijn
- D.S.M. Bak
- Rechtspraak.nl
Berm openbaarheid en handhaving op grond van de Wegenverkeerswet en APV
Eisers hadden een strook grond en de daaraan grenzende berm in gebruik genomen als tuin door beplanting en paaltjes aan te brengen zonder vergunning. De gemeente legde een last onder dwangsom op om de berm in originele staat terug te brengen, omdat dit in strijd was met artikel 2.1.5.2 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).
De rechtbank stelde vast dat de berm onderdeel is van de voor het openbaar verkeer openstaande weg, zoals bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, en dat de eigendom van de berm niet relevant is voor de openbaarheid. Eisers hadden dus zonder vergunning gegraven en veranderingen aangebracht die verboden zijn.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente terecht handhavend optrad, omdat het algemeen belang van verkeersveiligheid en beheer van de riooldrain zwaarder woog dan het belang van eisers. Er was geen concreet uitzicht op legalisatie en geen sprake van onevenredigheid in het handhavend optreden.
Het beroep van eisers werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank wees een proceskostenveroordeling af en bevestigde dat hoger beroep mogelijk is bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom voor het terugbrengen van de berm in oorspronkelijke staat wordt ongegrond verklaard.