ECLI:NL:RBARN:2007:BB7871
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Overschrijding redelijke termijn bij bestuursbesluit en matiging immateriële schadevergoeding
Eiseres had bezwaar gemaakt tegen een besluit van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer waarin een bijdrage op grond van de Wet individuele huursubsidie over de periode 1991-1994 op nihil was vastgesteld en teruggevorderd. Na eerdere procedures werd het bestreden besluit van 25 april 2007 genomen. Eiseres stelde dat de redelijke termijn voor besluitvorming was overschreden sinds de uitspraak van de rechtbank van 17 oktober 2003.
De rechtbank oordeelde dat sinds die uitspraak ruim 3,5 jaar verstreken waren zonder dat verweerder het tijdsverloop had verantwoord en zonder contact met eiseres. De zaak was niet complex, waardoor de overschrijding van de redelijke termijn in strijd met artikel 6 EVRM Pro werd vastgesteld. De rechtbank kende op grond van jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens een immateriële schadevergoeding toe, maar mat deze tot het belang van eiseres in de procedure, zijnde €663,02.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand omdat eiseres het besluit inhoudelijk onderschreef. Tevens veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Verweerder was niet verschenen bij de zitting van 13 september 2007.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard wegens overschrijding redelijke termijn, bestreden besluit vernietigd, immateriële schadevergoeding van €663,02 toegekend.