ECLI:NL:RBARN:2007:BB3636
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van eisers in vorderingen tegen executoriaal beslag wegens niet-betrokken geëxecuteerde
In deze zaak vorderen eisers opheffing van het executoriaal beslag op een personenauto en drie crossmotoren, welke beslag door de gemeente is gelegd ten behoeve van een vordering op hun moeder. Eisers stellen eigenaar te zijn van de voertuigen en betwisten daarmee het beslag.
De voorzieningenrechter beoordeelt eerst de ontvankelijkheid van de vorderingen. Op grond van artikel 438, vijfde lid, Rv dient een derde die zich tegen een executie wil verzetten zowel de executant als de geëxecuteerde te dagvaarden. Eisers hebben nagelaten de geëxecuteerde, hun moeder, te dagvaarden, waardoor zij niet ontvankelijk zijn in hun vorderingen.
De voorzieningenrechter wijst erop dat de aanwezigheid van de geëxecuteerde ter zitting niet afdoet aan dit vereiste, omdat zij niet is verschenen en zonder juridische bijstand haar belangen niet adequaat kan behartigen. Gezien het dwingende karakter van artikel 438 lid 5 Rv Pro kan de inhoudelijke behandeling van de vorderingen niet plaatsvinden.
Eisers worden veroordeeld in de proceskosten, begroot op EUR 1.067,00. Het vonnis is gewezen door mr. O. Nijhuis en op 17 augustus 2007 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Eisers worden niet-ontvankelijk verklaard omdat zij niet de geëxecuteerde hebben gedagvaard zoals vereist, en worden veroordeeld in de proceskosten.