ECLI:NL:RBARN:2007:BB3605
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Plaatsing schutting en gebruik oprit tussen buren niet als buurweg bestemd
In deze zaak staat centraal of een oprit tussen twee percelen bestemd is tot buurweg of dat er een gewoonte bestaat die het gebruik van een strook van minimaal 2,80 meter breed voor parkeren toestaat.
De eiser in conventie wil een schutting plaatsen op 2,50 meter afstand van de woning van de gedaagde, die zich hiertegen verzet en stelt dat hij recht heeft op gebruik van de oprit als buurweg of op grond van gewoonte. Beide partijen hebben verklaringen overgelegd van eerdere eigenaren en bewoners, die uiteenlopende verklaringen bevatten over het gebruik en de afspraken omtrent de oprit.
De rechtbank overweegt dat het huidige Burgerlijk Wetboek de rechtsfiguur buurweg niet kent, maar dat rechten uit het oude BW (art. 719) blijven gelden. De rechtbank oordeelt dat de oprit niet bestemd is tot buurweg en dat het beroep op gewoonte niet kan slagen, mede omdat het gebruik van de oprit door partijen slechts op gedogen berust.
De rechtbank wijst de vordering tot plaatsing van de schutting toe op 2,50 meter afstand van de woning van de gedaagde en veroordeelt de gedaagde om het plaatsen van de schutting niet te frustreren en zich te onthouden van parkeren op het erf van de eisers. De vorderingen in reconventie worden afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot plaatsing van de schutting toe en wijst het beroep op buurweg en gewoonte af.