ECLI:NL:RBARN:2007:BB3474
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.G. Smedema
- A.W.M. van Hoof
- T.P.E.E. van Groeningen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen wrakingskamer wegens gebrek aan onpartijdigheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen leden van een wrakingskamer die een eerdere wrakingskamer behandelden. De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk was omdat verzoeker geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die het vermoeden van partijdigheid konden rechtvaardigen.
Verzoeker stelde onder meer dat de wrakingskamer per definitie partijdig was omdat zij collega’s beoordeelden en dat de gewraakte wrakingskamer niet was gehoord. De wrakingskamer verwierp deze gronden omdat de wet en het wrakingsprotocol bepalen dat wrakingskamers uit leden van dezelfde rechtbank bestaan, tenzij in uitzonderlijke gevallen.
Verder werd het verzoek tot wraking van de wrakingskamer zelf als kennelijk niet-ontvankelijk buiten behandeling gelaten. De wrakingskamer concludeerde dat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van vooringenomenheid of onpartijdigheidsschending.
De wrakingskamer wees het verzoek af en liet het wrakingsverzoek tegen haarzelf wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid buiten behandeling. De beschikking werd op 7 september 2007 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de wrakingskamer is afgewezen en het wrakingsverzoek tegen de wrakingskamer zelf wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid buiten behandeling gelaten.