ECLI:NL:RBARN:2007:BB2570
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlaging WAO-uitkering met instandhouding rechtsgevolgen
Eiser maakte bezwaar tegen de verlaging van zijn WAO-uitkering van 45-55% naar 35-45% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank onderzocht de medische en arbeidskundige rapporten en concludeerde dat er geen reden was om te twijfelen aan de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid van eiser per 8 februari 2006.
Eiser stelde dat zijn beperkingen groter waren vanwege verslechterde gezondheid en diabetes, maar de rechtbank vond de medische onderbouwing hiervan onvoldoende en oordeelde dat de verzekeringsarts de relevante informatie adequaat had betrokken. Ook de arbeidskundige beoordeling van de geduide functies werd als voldoende gemotiveerd en passend beoordeeld.
Hoewel het UWV een rapport te laat in de procedure inbracht, mocht dit stuk alsnog worden betrokken. De rechtbank constateerde een onvoldoende motivering bij een specifiek item, maar achtte dit niet doorslaggevend. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit vanwege gebrekkige motivering, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat de grondslag inmiddels voldoende was toegelicht.
De rechtbank veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van €644 en vergoedde het griffierecht van €38 aan eiser. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot verlaging van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.