ECLI:NL:RBARN:2007:BB2021
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. van Driel van Wageningen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en vaststelling van verduisterde geldbedragen door werknemer
De vennootschap onder firma en twee natuurlijke personen (eisers) vorderden van de gedaagde betaling van verduisterde geldbedragen over de periode 2000 tot 31 augustus 2005. De rechtbank verwees naar een eerder vonnis en stelde een deskundige aan om de omvang van de verduistering vast te stellen. De deskundige gaf aan dat een betrouwbare reconstructie van de financiële administratie vrijwel onmogelijk was vanwege ontbrekende kasadministratie en kwitanties.
De gedaagde erkende een bedrag tussen €10.000 en €20.000 te hebben verduisterd, waarvan de rechtbank een redelijke schatting maakte van €20.000. Daarnaast werd vastgesteld dat de gedaagde naast salarisbetalingen via bank of giro ook contant salaris ontving. Getuigenverklaringen bevestigden meerdere contante betalingen, waarvan de rechtbank het bedrag schatte op €4.768,90.
De rechtbank veroordeelde de gedaagde tot betaling van in totaal €24.768,90, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 31 augustus 2005, de datum van ontslag op staande voet. De proceskosten werden verdeeld, waarbij de kosten van het deskundigenbericht voor rekening van eisers kwamen omdat dit niet tot het gewenste bewijs leidde.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €24.768,90 met wettelijke rente vanaf 31 augustus 2005.