ECLI:NL:RBARN:2007:BB0961
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kennelijk onredelijk ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid en onvoldoende reïntegratie-inspanningen
Werknemer was sinds 1983 in dienst bij werkgever en viel in 2003 uit wegens arbeidsongeschiktheid door een nekhernia. Werkgever stelde dat werknemer de laatste jaren lichte werkzaamheden verrichtte, maar de kantonrechter oordeelde dat het werk als zwaar moest worden aangemerkt. Na twee jaar arbeidsongeschiktheid werd de arbeidsovereenkomst opgezegd met toestemming van het CWI.
Werknemer stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege onvoldoende reïntegratie-inspanningen en het feit dat hij door het ontslag vrijwel geen kans meer had op betaald werk. Werkgever voerde verweer dat zij wel inspanningen had verricht en dat werknemer de reïntegratie belemmerde door zijn standpunt over zijn functie.
De kantonrechter concludeerde dat het ontslag kennelijk onredelijk was omdat werkgever geen passende voorzieningen trof en onvoldoende reïntegratie-inspanningen leverde. De schadevergoeding werd vastgesteld op €28.000 bruto volgens de kantonrechtersformule, waarbij werkgever 40% van de schade moest dragen. De vordering tot buitengerechtelijke kosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Werkgever werd veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding, wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag wordt kennelijk onredelijk verklaard en werkgever wordt veroordeeld tot betaling van €28.000 bruto schadevergoeding met rente en proceskosten.