ECLI:NL:RBARN:2007:BA9604
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen opheffing faillissement na mislukte schuldsaneringsregeling afgewezen
De rechtbank Arnhem behandelde het verzet van de gefailleerde tegen de opheffing van zijn faillissement, dat was voorgesteld vanwege het ontbreken van baten in de boedel. De boedel bevatte geen geld en geen vermogensbestanddelen die te gelde gemaakt konden worden. De gefailleerde wilde een akkoord aanbieden aan de schuldeisers, maar dit voorstel was niet onderbouwd en kwam pas tien maanden na het begin van de schuldsaneringsregeling.
De rechtbank oordeelde dat het faillissement gereed was voor opheffing en zag geen reden om de gefailleerde alsnog de gelegenheid te geven een akkoord aan te bieden. Bovendien werd in overweging genomen dat een akkoord in een faillissement voortvloeiend uit een mislukte schuldsaneringsregeling mogelijk niet voor homologatie in aanmerking komt, omdat een dergelijk faillissement primair gericht is op de verdeling van de boedel onder schuldeisers.
De rechter-commissaris had de opheffing voorgesteld bij gebrek aan baten, en de curator adviseerde de rechtbank niet akkoord te gaan met het voorstel van de gefailleerde. De rechtbank besloot het faillissement op te heffen, stelde de curatorkosten op nihil vast en bracht de publicatiekosten ten laste van de Staat der Nederlanden.
Uitkomst: De rechtbank hechtte geen waarde aan het niet-onderbouwde akkoordvoorstel en besloot het faillissement op te heffen wegens gebrek aan baten.