ECLI:NL:RBARN:2007:BA8967
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- I. Linssen
- J.J. Catsburg
- M.C.G.J. van Well
- Rechtspraak.nl
Vaststelling waarde en resultaat terbeschikkingstelling onroerende zaken voor inkomstenbelasting 2001
Eiser is mede-eigenaar van twee panden die hij ter beschikking heeft gesteld aan een vennootschap waarvan hij mede-eigenaar is. De Belastingdienst heeft de waarde in het economische verkeer (WEV) van deze panden per 1 januari 2001 vastgesteld voor de toepassing van de terbeschikkingstellingsregeling in de Wet inkomstenbelasting 2001. Eiser betwist de door de Belastingdienst gehanteerde waardering en stelt een hogere waarde en een andere toerekening van rentekosten voor.
De rechtbank oordeelt dat de WEV moet worden bepaald op basis van de waarde in verhuurde staat, waarbij investeringen door huurders buiten beschouwing blijven omdat deze niet tot hogere huur leiden. Het taxatierapport dat eiser aanvoert voor het successierecht kan niet als uitgangspunt dienen vanwege ontbrekende uitsplitsingen en het betrekken van huurdersinvesteringen. Ook het taxatierapport van de Belastingdienst wordt verworpen vanwege een onjuist uitgangspunt.
De rechtbank stelt zelf de waarde van de panden vast, uitgaande van de gezamenlijke waarde uit het successierecht en een verdeling op basis van markthuur. Correcties worden toegepast voor huurdersinvesteringen en verhuurde delen. Tevens wordt de rente toegerekend naar huurwaarde in plaats van vloeroppervlak. Het resultaat uit een werkzaamheid wordt vastgesteld op € 1.390, wat leidt tot een vermindering van het belastbaar inkomen. Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag aangepast.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, stelt de waarde en het resultaat uit een werkzaamheid vast en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van € 49.954.