ECLI:NL:RBARN:2007:BA8791
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.D.A. den Tonkelaar
- M.J. Blaisse
- T.P.E.E. van Groeningen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs betalingsachterstand en causaal verband bouwstop
In deze civiele procedure vordert eiser een verklaring voor recht en schadevergoeding wegens vermeende betalingsachterstanden door gedaagden die zouden hebben geleid tot een bouwstop en ontbinding van een aannemingsovereenkomst. De rechtbank onderzoekt eerst de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en bevestigt deze op grond van de EEX-verordening.
Vervolgens beoordeelt de rechtbank de kern van de vordering: of gedaagden in september en oktober 2002 tot betaling zijn gemaand en in verzuim waren. Uit de overgelegde stukken blijkt geen ondubbelzinnige aanmaning of betalingsverzuim van gedaagden. De brieven van Stich & Partner betreffen vooral verzoeken om financiering aan eiser en niet aan gedaagden. Ook ontbreekt bewijs van schriftelijke oproepen aan gedaagden om betalingen te verrichten.
De rechtbank overweegt dat het causaal verband tussen het betalingsverzuim en de bouwstop en ontbinding van de overeenkomst niet is aangetoond. De bouwstop is veroorzaakt door het uitblijven van betalingen door Stich & Partner zelf, niet door gedaagden. De mogelijke onbetrouwbaarheid van Stich & Partner en tekortkomingen van eiser zijn niet relevant omdat de vordering op deze gronden niet kan slagen.
Daarom wordt de vordering afgewezen en wordt eiser veroordeeld in de proceskosten van gedaagden. De rechtbank stelt het salaris van de procureur en griffierecht vast op basis van de omvang van de vordering en de complexiteit van de zaak.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens onvoldoende bewijs van betalingsverzuim en ontbrekend causaal verband met de bouwstop.