ECLI:NL:RBARN:2007:BA7383
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.H. van Suilen
- M.C.G.J. van Well
- I. Linssen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardeverlies vordering bij verkoop deelneming en toepassing foutenleer
Eiseres verkocht in 1999 haar 50%-deelneming in een BV met een vaste en een variabele koopprijs (earn-outregeling). De variabele koopprijs werd bij verkoop geschat op f 455.000, maar later gecorrigeerd naar f 738.400. Verweerder stelde dat sprake was van een fout in de beginwaardering van de vordering en bracht een waardeverlies ten laste van de winst in rekening.
De rechtbank toetste of de beginwaardering een bepaaldelijke fout bevatte volgens de foutenleer. Hierbij is van belang dat de schatting binnen een zekere bandbreedte moet blijven en dat de werkelijke verkoopprijs van f 470.044 in de buurt lag van de geschatte f 455.000. De rechtbank concludeerde dat de initiële waardering niet onacceptabel onjuist was en dus geen fout in de zin van de foutenleer vormde.
Daarmee was het waardeverlies van f 268.356 niet aftrekbaar ten laste van de winst in 2001. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat geen bepaaldelijke fout in de waardering van de vordering is vastgesteld.