ECLI:NL:RBARN:2007:BA6210
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.P.M. Kester
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag bij bedrijfseconomische redenen
De zaak betreft een vordering van een werknemer die stelt dat haar ontslag kennelijk onredelijk is op grond van artikel 7:681 lid 2 BW Pro. De werknemer, 55 jaar oud en met een handicap, werkte circa vijf jaar in deeltijd als telefoniste/receptioniste bij Actys. Zij voerde aan dat het ontslag te ernstige gevolgen voor haar heeft, mede door haar leeftijd, handicap en beperkte kansen op de arbeidsmarkt, en dat er geen redelijke afvloeiingsregeling is getroffen.
Actys heeft gemotiveerd betwist dat het ontslag kennelijk onredelijk is en heeft aangetoond dat het ontslag noodzakelijk was vanwege bedrijfseconomische omstandigheden, waaronder teruglopende omzetten en reorganisatie. De kantonrechter oordeelt dat het belang van de werkgever bij beëindiging van het dienstverband zwaarwegend is en dat de gevolgen voor de werknemer, hoewel nadelig, niet onevenredig zijn gezien het korte dienstverband en de financiële situatie van Actys.
Daarnaast is de stelling van de werknemer dat zij niet intern is herplaatst op een andere functie door Actys gemotiveerd weersproken. De gevraagde functie was niet vergelijkbaar en niet gelijkwaardig aan haar oude functie. De ondernemingsraad had bovendien ingestemd met het afzien van een ontslagvergoeding. De kantonrechter concludeert dat het ontslag niet kennelijk onredelijk is en wijst de vordering af. De werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag wordt afgewezen.