ECLI:NL:RBARN:2007:BA5756
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bestaande noodweg en vergoeding voor gebruik landweg
In deze civiele zaak staat centraal of tussen de rechtsvoorgangers van partijen een noodweg is aangewezen en welke vergoeding hiervoor verschuldigd is. De rechtbank wijst geen nieuwe noodweg aan, maar beoordeelt het bestaande gebruik en de lasten die daarop rusten.
Eisers vorderen een vergoeding van €3.000 per jaar voor het gebruik van een gedeelte van hun landweg waarop de last van noodweg rust. De rechtbank oordeelt dat deze vergoeding zonder nadere onderbouwing niet toewijsbaar is en besluit zelf een passende schadevergoeding te bepalen, gebaseerd op het waardeverlies van het perceel door de last van de noodweg.
Verder wordt vastgesteld dat gedaagden het gebruik van de landweg niet mogen belemmeren door overmatige hinder zoals stof of lawaai, en dat het onderhoud van de weg voor hun rekening komt. Eisers mogen in overleg met derden beperkte drempels aanbrengen, mits het gebruik niet onredelijk wordt belemmerd.
De rechtbank wijst ook af dat gedaagden moeten bijdragen in de kosten van de afrastering van eisers, omdat de percelen niet in een aaneengebouwd gedeelte liggen zoals bedoeld in de toepasselijke wet. De zaak wordt aangehouden voor nadere uitlatingen over deskundigenadvies omtrent de vergoeding.
Uitkomst: De rechtbank wijst geen nieuwe noodweg aan en houdt verdere beslissing aan voor het bepalen van een passende vergoeding.