ECLI:NL:RBARN:2007:BA3537
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing faillissementsverzoek wegens onvoldoende bewijs vordering en tegenvordering
Verzoekster, leverancier van dames- en kinderkleding, diende een verzoek tot faillietverklaring in tegen gerekwestreerden, een vennootschap onder firma en haar vennoten, wegens een openstaande vordering van €250.864,53. Gerekwestreerden betwistten de vordering niet, maar brachten een tegenvordering van €718.400,-- in verband met verminderde promotieactiviteiten en dalende omzet.
De rechtbank oordeelde dat het faillissementsverzoek alleen kan worden toegewezen indien van het vorderingsrecht summierlijk is gebleken en sprake is van een toestand van niet-betaling. De tegenvordering van gerekwestreerden werd voorshands niet als onaannemelijk beschouwd, mede omdat zij de zaak nog niet aan de bodemrechter hadden voorgelegd vanwege hun afhankelijke commerciële positie.
Hoewel verzoekster erkende dat promotieactiviteiten waren teruggeschroefd en de belangstelling voor het merk was afgenomen, ontbrak een schriftelijke franchiseovereenkomst. De rechtbank stelde dat een verplichting tot promotie op andere gronden mogelijk is, maar dat dit aan de bodemrechter is. Gezien deze omstandigheden werd het faillissementsverzoek afgewezen.
Uitkomst: Het faillissementsverzoek wordt afgewezen omdat van het vorderingsrecht niet summierlijk is gebleken door de tegenvordering van gerekwestreerden.