ECLI:NL:RBARN:2007:BA3429
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.M. van Gorp
- C. Lely-van Goch
- M. Wesselink
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens moord met voorbedachten rade in Suriname
Verdachte werd beschuldigd van moord gepleegd op 13 februari 1993 te Paramaribo, Suriname. Het feit bestond uit het gewelddadig toebrengen van meerdere slagen, wurging met een doek, het toebrengen van steekwonden met een mes en het verplaatsen van het slachtoffer. Verdachte werd eerder in Suriname veroordeeld tot 16 jaar gevangenisstraf, waarvan hij 2 jaar en 3 maanden heeft uitgezeten.
Tijdens de terechtzitting op 6 april 2007 ontkende de verdediging dat sprake was van voorbedachten rade vanwege een poging tot reanimatie door verdachte, wat zou wijzen op vrijwillige terugtred. De rechtbank verwierp dit verweer en oordeelde dat er sprake was van een aaneenschakeling van handelingen met voorbedachten rade, waarbij de reanimatiepoging niet afdoet aan het voornemen.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de eerdere Surinaamse veroordeling, het zware verblijf in de Surinaamse gevangenis, het tijdsverloop sinds het delict, de verzoening met de ouders van het slachtoffer en de verminderd toerekeningsvatbaarheid van verdachte ten tijde van het delict. Gezien deze omstandigheden werd een gevangenisstraf van 5 jaar opgelegd zonder aftrek van voorarrest.
De rechtbank baseerde haar oordeel op diverse rapportages van deskundigen, justitiële documentatie en het dossier. De strafrechtelijke kwalificatie luidde moord met voorbedachten rade, en verdachte werd strafbaar verklaard voor dit feit. De uitspraak werd gedaan op 20 april 2007 door de meervoudige kamer van de rechtbank Arnhem.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot 5 jaar gevangenisstraf wegens moord met voorbedachten rade gepleegd in Suriname.