ECLI:NL:RBARN:2007:BA2578
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.A. Huidekoper
- Rechtspraak.nl
Ontslag testamentair bewindvoerder op grond van testamentaire opvolgingsregeling niet mogelijk
In deze zaak verzocht de testamentair bewindvoerster ontslag vanwege haar vertrek bij het notariskantoor verbonden aan het testament. Het testament van de overledene stelde een bewind in over de erfdelen van haar minderjarige kinderen en benoemde als bewindvoerder de meest geschikte kandidaat-notaris van het notariskantoor waar de notaris werkzaam was die het testament had opgemaakt.
De kantonrechter onderzocht of het ontslag van de bewindvoerder door de kantonrechter op grond van artikel 4:164 lid 1 sub e BW Pro mogelijk was, of dat de opvolgingsregeling in het testament zelf een afdoende oplossing bood. Uit de redelijke uitleg van de testamentaire bepalingen bleek dat de benoeming van een opvolger binnen drie maanden na aanvaarding van het bewind door de bewindvoerder een ontslag van de vorige bewindvoerder impliceert.
De kantonrechter concludeerde dat het Nederlandse erfrecht met zijn tweeledige structuur ruimte biedt voor testamentaire regelingen die de opvolging van de bewindvoerder regelen en dat in dit geval het testament een uitputtende regeling bevatte. Daarom was er geen grond voor ontslag door de kantonrechter op basis van artikel 4:164 BW Pro. Het verzoek tot ontslag werd niet ontvankelijk verklaard en de opvolger benoemd zoals voorzien in het testament.
Uitkomst: Verzoek tot ontslag testamentair bewindvoerster niet ontvankelijk; opvolger benoemd conform testamentaire regeling.