ECLI:NL:RBARN:2007:BA2305
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.P.M. Kester
- Rechtspraak.nl
Nietigheid particuliere borgtocht bij huurovereenkomst wegens ontbreken maximumbedrag
Eiser verhuurde een woning aan gedaagde 1 en gedaagde 2 en vorderde betaling van achterstallige huur en herstelkosten. Gedaagde 3 had zich als borg verbonden volgens de huurovereenkomst, maar betwistte deze borgtocht.
De kantonrechter stelde vast dat de borgtocht een particuliere borgtocht betrof waarvoor volgens artikel 7:858 lid 1 BW Pro een in geld uitgedrukt maximumbedrag vereist is als het bedrag van de hoofdschuldenaar nog niet vaststaat. In de overeenkomst ontbrak een dergelijk maximumbedrag, waardoor de borgtocht niet geldig is.
Hierdoor werd de vordering tegen gedaagde 3 afgewezen en moest eiser de proceskosten van gedaagde 3 dragen. De vordering tegen gedaagde 1 en 2 werd toegewezen en zij werden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag met wettelijke rente en proceskosten.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter H.P.M. Kester op 26 maart 2007.
Uitkomst: De vordering tegen de huurders werd toegewezen, de vordering tegen de borg afgewezen wegens nietigheid van de borgtocht.