ECLI:NL:RBARN:2007:BA1280
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Huurprijsbeding bedrijfsruimte en rechtsgeldigheid nieuwe huurovereenkomst na eerste huurperiode
Partijen sloten op 29 maart 2000 een huurovereenkomst voor een bedrijfsruimte met een looptijd van vijf jaar, met een huurprijs gebaseerd op 10% van de netto omzet. De huurovereenkomst bevatte een stilzwijgende verlengingsclausule van vijf jaar, tenzij tijdig opgezegd.
De huurder vorderde een nadere huurprijsvaststelling omdat hij de overeengekomen huurprijs niet marktconform achtte, onder verwijzing naar een deskundigenadvies dat een lagere huurwaarde vaststelde. De verhuurder stelde dat partijen bij het sluiten van een vaststellingsovereenkomst hadden afgesproken dat na afloop van de eerste huurperiode een nieuwe huur- en franchiseovereenkomst zou worden gesloten met dezelfde 10% omzethuur.
De kantonrechter oordeelde dat de huurovereenkomst niet was opgezegd en derhalve stilzwijgend was verlengd. De afspraak in de vaststellingsovereenkomst over het sluiten van een nieuwe overeenkomst kon niet worden gezien als beëindiging van de bestaande huurovereenkomst. Omdat partijen tijdens de eerste huurperiode een nadere huurprijs voor de verlengde periode hadden afgesproken, was er geen ruimte voor rechterlijke huurprijsvaststelling. De vorderingen van de huurder werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vordering tot nadere huurprijsvaststelling af en bevestigt de stilzwijgende verlenging van de huurovereenkomst met 10% omzethuur.