ECLI:NL:RBARN:2007:AZ9889
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- G. Noordraven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schorsing tenuitvoerlegging gevangenisstraf na arrest hof Arnhem
Eiser is in 1995 door het gerechtshof Arnhem veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf wegens oplichting, belastingfraude en verduistering. Na het verwerpen van zijn cassatieberoep werd de straf onherroepelijk. Eiser heeft meerdere gratieverzoeken ingediend, welke allen zijn afgewezen. In 2006 werd hij aangehouden en opgesloten voor de uitvoering van deze straf.
Eiser vordert in kort geding dat de Staat wordt verboden de tenuitvoerlegging voort te zetten en dat hij in vrijheid wordt gesteld totdat op zijn gratieverzoek wordt beslist. Hij beroept zich op persoonlijke omstandigheden, waaronder de postnatale depressie van zijn dochter, en op het feit dat hij pas circa 11 jaar na het arrest is aangehouden.
De Staat stelt dat zij verplicht is onherroepelijke rechterlijke beslissingen uit te voeren en dat de Minister slechts schorsing kan verlenen als het gratieverzoek hoogstwaarschijnlijk wordt toegewezen. De rechtbank oordeelt dat het beleid van de Minister slechts marginaal kan worden getoetst en dat geen sprake is van omstandigheden die een schorsing rechtvaardigen. Het tijdsverloop, de persoonlijke omstandigheden en het ontbreken van een vaste woon- en verblijfplaats maken dat het gratieverzoek niet hoogstwaarschijnlijk zal worden toegewezen.
De rechtbank wijst het verzoek af, veroordeelt eiser in de proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf wordt afgewezen.