ECLI:NL:RBARN:2007:AZ9867
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststellingsovereenkomst en betalingsverplichtingen tussen Legal House en EBCC
Legal House B.V. vordert vernietiging van een vaststellingsovereenkomst met EBCC B.V. wegens dwaling of ontbinding wegens toerekenbaar tekortschieten, en betaling van openstaande facturen en rente. EBCC betwist de vorderingen en voert onder meer aan dat partijen een andere geschillenregeling waren overeengekomen en dat geen contract met Delta Lloyd tot stand is gekomen.
De rechtbank oordeelt dat de geschillenregeling niet is ingesteld en dat een beroep daarop onaanvaardbaar is. Er is geen sprake van dwaling omdat beide partijen wisten dat het contract met Delta Lloyd nog niet definitief was. Ook is geen tekortschieten in de nakoming van de betalingsverplichtingen vastgesteld, omdat het aflossingsschema afhankelijk was van het sluiten van een contract dat niet is gerealiseerd.
De rechtbank stelt dat het moment waarop aflossingen opeisbaar zouden worden nog moet worden vastgesteld op basis van redelijkheid en billijkheid. Wel is vastgesteld dat EBCC door het staken van haar activiteiten definitief niet zal voldoen aan haar betalingsverplichtingen, waardoor zij in verzuim is en er grond is voor ontbinding van de overeenkomst.
Voor de werkzaamheden na de vaststellingsovereenkomst geldt dat partijen geen duidelijke afspraken hebben gemaakt over de aard van de opdracht en vergoeding, maar dat Legal House het gebruikelijke uurtarief in rekening heeft gebracht. EBCC dient deze facturen te voldoen met rente. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan en geeft partijen gelegenheid zich nader uit te laten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep op dwaling af, stelt dat EBCC in verzuim is en de vaststellingsovereenkomst ontbonden kan worden, en veroordeelt EBCC tot betaling van openstaande facturen met rente.