ECLI:NL:RBARN:2007:AZ9469
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing Duits recht op tandheelkundige behandelovereenkomst en afwijzing vernietiging wegens geestelijke stoornis
De zaak betreft een geschil tussen een Duitse tandartspraktijk en een Nederlandse patiënte over de betaling van tandheelkundige behandelingen. Partijen waren verdeeld over het toepasselijke recht; de rechtbank oordeelde dat op grond van het EG-verbintenissenverdrag Duits recht van toepassing is, omdat de kenmerkende prestatie door de Duitse tandarts is verricht.
De gedaagde stelde dat zij ten tijde van het sluiten van de behandelovereenkomst niet compos mentis was vanwege cognitieve stoornissen, en dat de overeenkomst niet schriftelijk was aangegaan zoals vereist. De rechtbank verwierp deze verweren op basis van het neuropsychologisch verslag en de toepasselijke Duitse wetgeving, en oordeelde dat de gedaagde bewust en coherent handelde.
Daarnaast werd betoogd dat de tandarts toerekenbaar tekort was geschoten door niet tijdig vergoeding aan te vragen bij de zorgverzekeraar, en dat het onredelijk was om een dure behandeling aan een 78-jarige aan te bevelen. Ook deze verweren werden verworpen. De rechtbank veroordeelde de gedaagde tot betaling van het openstaande bedrag van € 4.070,46, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten, en wees de reconventionele vordering af.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de patiënte tot betaling van € 4.070,46 met rente en kosten en wijst haar reconventionele vordering af.