ECLI:NL:RBARN:2007:AZ6948
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.A. Huidekoper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering werknemer salaris na beëindiging contract binnen proeftijd en nieuw contract
De werknemer trad op 1 oktober 2005 in dienst voor zes maanden met een proeftijd van één maand. Op 27 oktober 2005 vond een gesprek plaats waarin de directeur het dienstverband binnen de proeftijd beëindigde en een nieuw contract voor drie maanden aanbood. De werknemer ontkende dit, maar getuigenverklaringen en bewijs overtuigden de kantonrechter van het tegendeel.
De werknemer stuurde op 7 november 2005 een mail met een getekend contract terug, wat de kantonrechter als instemming met het nieuwe contract interpreteerde. De authenticiteit van de handtekening werd besproken, maar onvoldoende betwist. De werknemer voerde tegenstrijdige verklaringen over zijn instemming, wat de rechter onbegrijpelijk achtte.
De kantonrechter concludeerde dat het eerste contract binnen de proeftijd rechtsgeldig was beëindigd en dat partijen een nieuw contract voor drie maanden zijn overeengekomen. De vordering van de werknemer voor salaris tot het einde van het oorspronkelijke contract werd daarom afgewezen. Wel werd een deel van de proceskosten aan de zijde van de werknemer toegewezen.
Uitkomst: De vordering van de werknemer voor salaris tot het einde van het oorspronkelijke contract is afgewezen omdat het contract binnen de proeftijd is beëindigd en een nieuw contract is geaccepteerd.