ECLI:NL:RBARN:2006:BD3804
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.H. van Suilen
- F.M. Smit
- J.H.M. Delnooz-Engels
- Rechtspraak.nl
Geen omkering bewijslast ondanks schending inlichtingenplicht in navorderingsaanslagen inkomstenbelasting
Eiseres, aandeelhouder en bestuurder van [A] BV, werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen inkomstenbelasting over de jaren 1997 tot en met 2000, opgelegd door verweerder na een boekenonderzoek dat werd bemoeilijkt door onvoldoende medewerking. Het geschil betrof de vraag of verweerder beschikte over het vereiste nieuwe feit voor navordering, of eiseres haar informatieplicht had geschonden en of de correcties op het inkomen juist waren.
De rechtbank oordeelde dat voor 1999 geen nieuw feit bestond omdat verweerder al vóór oplegging van de aanslag twijfelde aan de juistheid van de aangifte en het boekenonderzoek had gestart, waardoor sprake was van ambtelijk verzuim dat navordering in de weg stond. Hoewel eiseres de inlichtingenplicht schond door onvoldoende inzage te verlenen en vragen niet volledig te beantwoorden, vond de rechtbank dit niet ernstig genoeg voor omkering van de bewijslast. Verweerder slaagde niet in de bewijslast voor enkele correcties, die daarom werden verminderd.
De opgelegde vergrijpboetes werden geacht voldoende gemotiveerd, maar vanwege de vermindering van de aanslagen en overschrijding van de redelijke termijn werden deze verlaagd tot 40%. De rechtbank veroordeelde verweerder in de proceskosten en wees de mogelijkheid tot hoger beroep en cassatie toe.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt deels de navorderingsaanslagen en vermindert de vergrijpboetes tot 40%, ondanks schending van de informatieplicht zonder omkering van de bewijslast.