ECLI:NL:RBARN:2006:BB3797
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.C.G.J. van Well
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek integrale proceskostenvergoeding bij naheffingsaanslag overdrachtsbelasting
Eiseres was het niet eens met een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting en een boetebeschikking van de Belastingdienst. Na vermindering van de aanslag en toezegging tot vernietiging van de boete trok eiseres haar beroep in en verzocht de rechtbank om een integrale proceskostenvergoeding.
De rechtbank stelde vast dat eiseres recht had op vergoeding van kosten in bezwaar en dat sprake was van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Het geschil betrof de vraag of eiseres recht had op volledige vergoeding van de in beroep gemaakte kosten.
De rechtbank oordeelde dat de omstandigheden niet voldeden aan de criteria van een zeer schrijnend geval zoals bedoeld in artikel 2, lid 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Hoewel begrip werd getoond voor de extra kosten die eiseres maakte door het standpunt van verweerder, was er geen sprake van ernstig onzorgvuldig handelen.
Daarom wees de rechtbank het verzoek om integrale proceskostenvergoeding af, maar veroordeelde de Staat tot vergoeding van het griffierecht en een forfaitaire proceskostenvergoeding van € 322 voor de beroepsfase.
De uitspraak werd gedaan door rechter M.C.G.J. van Well op 7 augustus 2006 en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Verzoek om integrale proceskostenvergoeding wordt afgewezen, maar de Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en een forfaitaire proceskostenvergoeding van € 322.