ECLI:NL:RBARN:2006:BB1527
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.G. Luiten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering op grond van koude uitsluiting huwelijkse voorwaarden en onaanvaardbaarheid redelijkheid en billijkheid
Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met koude uitsluiting en zijn in 2006 gescheiden. De vrouw vordert een belang van 40-50% in de JBD-groep, die door de man wordt geëxploiteerd, of dat de man de JBD-groep om niet inbrengt in de B-groep, waarin zij samen een belang hebben.
De vrouw stelt dat de huwelijkse voorwaarden niet zijn nageleefd, dat zij in de onderneming heeft gewerkt zonder vergoeding en dat de ondernemingen economisch en organisatorisch één geheel vormen. Zij beroept zich op redelijkheid en billijkheid om de koude uitsluiting te doorbreken.
De rechtbank oordeelt dat de koude uitsluiting niet onaanvaardbaar is gezien de omstandigheden, dat de vrouw onvoldoende bewijs levert voor een gemeenschappelijke vermogensverhouding of wilsovereenstemming tot inbreng van de JBD-groep in de B-groep. De vorderingen worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de vrouw af en compenseert de proceskosten tussen partijen.