ECLI:NL:RBARN:2006:BA4770
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning en oude smederij als twee afzonderlijke objecten
Eiseres en haar broer zijn gezamenlijk eigenaar van een woning en een oude smederij, die beiden afzonderlijk bewoond worden door elk een gezin. Verweerder stelde de WOZ-waarde van beide objecten afzonderlijk vast, terwijl eiseres betoogde dat het om één samenstel gaat dat als één object moet worden gewaardeerd. De rechtbank heeft onderzocht of sprake is van gezamenlijk gebruik in de zin van artikel 16 sub d van Pro de Wet WOZ.
De rechtbank concludeert dat ondanks het gezamenlijke eigendom en het delen van enkele voorzieningen, er onvoldoende sprake is van gezamenlijk gebruik. De woning en de oude smederij zijn apart afsluitbaar en beschikken over eigen sanitaire voorzieningen, waardoor zij als twee aparte WOZ-objecten moeten worden aangemerkt. De waarde van de woning wordt verminderd vanwege de slechte staat van onderhoud.
De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar, vermindert de waarde van de woning tot €166.975, handhaaft de waarde van de oude smederij op €157.975 en gelast vergoeding van het betaalde griffierecht aan eiseres. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: De woning en de oude smederij worden als twee aparte WOZ-objecten gewaardeerd met een aangepaste waarde van respectievelijk €166.975 en €157.975.