ECLI:NL:RBARN:2006:AZ6520
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en proceskostenvergoeding wegens onvoldoende motivering bezwaar
De zaak betreft een geschil over de vastgestelde WOZ-waarde van een vrijstaande woning te [Z] per waardepeildatum 1 januari 2003, vastgesteld op € 452.000 door de gemeente. Eiser betwist deze waarde en wijst op lagere WOZ-waarden van vergelijkbare woningen in de buurt. Verweerder overlegt een taxatierapport waarin de waarde wordt onderbouwd met vergelijkingsobjecten die qua ligging, grootte en onderhoudstoestand voldoende vergelijkbaar zijn.
De rechtbank beoordeelt dat de door verweerder overgelegde taxatie voldoende aannemelijk maakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, ondanks verschillen met door eiser aangevoerde panden die niet in het taxatierapport zijn meegenomen vanwege afwijkende ligging en latere verbouwingen. Wel oordeelt de rechtbank dat verweerder in de bezwaarfase onvoldoende adequaat heeft gemotiveerd waarom bepaalde vergelijkingsobjecten niet relevant zijn, waardoor eiser werd gedwongen beroep in te stellen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond, veroordeelt de gemeente tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht van € 37 en wijst proceskosten toe voor openbaar vervoer en een deel van de door eiser opgevoerde verletkosten, in totaal € 95,28. De uitspraak is gedaan op 3 juli 2006 door rechter F.M. Smit.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard, maar de gemeente wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.