ECLI:NL:RBARN:2006:AZ2614
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omzettingsverzoek faillissement wegens benadeling schuldeisers door onverplichte overdracht woning
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot opheffing van haar faillissement en gelijktijdige toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank Arnhem heeft dit verzoek behandeld op 9 oktober 2006, waarbij zowel verzoekster als de curator zijn gehoord. De curator en de rechter-commissaris adviseerden het verzoek af te wijzen, mede vanwege ondoorzichtige transacties en twijfel aan de goede trouw van verzoekster.
De rechtbank onderzocht met name twee aspecten: de overdracht van het aandeel in de woning aan de echtgenoot kort voor het faillissement en het snel oplopen van de schuld bij de Postbank. Verzoekster gaf aan dat de overdracht bedoeld was als vergoeding voor bijdragen van haar echtgenoot, maar de rechtbank achtte dit niet aannemelijk en concludeerde dat de overdracht de verhaalsmogelijkheden van schuldeisers heeft gefrustreerd.
Daarnaast was het verloop van de bankschuld opvallend hoog en niet voldoende verklaard door verzoekster, die wel eigen vermogen in de onderneming had gestoken maar dit stond niet in verhouding tot de kredietruimte. De rechtbank oordeelde dat verzoekster niet te goeder trouw heeft gehandeld ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden.
Het verzoek tot opheffing van het faillissement en het ontslag van de curator werden daarom afgewezen. De rechtbank volgde hiermee het advies van de curator en de rechter-commissaris.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het faillissement en het ontslag van de curator worden afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw en frustratie van verhaalsmogelijkheden.