ECLI:NL:RBARN:2006:AZ1902
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs aannemen gift en onjuiste belastingaangifte
Verdachte werd beschuldigd van het aannemen van een gift ter waarde van circa fl. 108.750,00 in verband met de aankoop van een woning en het niet melden daarvan aan zijn werkgever, alsmede het doen van een onjuiste belastingaangifte over het jaar 2000.
De verdediging voerde onder meer verjaring aan en stelde dat de koopprijs van de woning reëel was, waardoor geen sprake was van een gift. De rechtbank oordeelde dat het tenlastegelegde feit niet verjaard was, omdat het moment van het aannemen van de gift pas op 30 november 1999 duidelijk werd, en de vervolging op 21 november 2005 startte.
Uit het dossier en de zitting bleek echter onvoldoende bewijs dat verdachte de gift daadwerkelijk heeft aangenomen of dat hij onjuiste belastingaangifte heeft gedaan. De rechtbank achtte niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte enig materieel voordeel had genoten dat verband hield met zijn dienstbetrekking.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van beide tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor het aannemen van een gift en het doen van een onjuiste belastingaangifte.