ECLI:NL:RBARN:2006:AY6898
Rechtbank Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inname paspoort gefailleerde ter bescherming schuldeisers
De gefailleerde heeft bij de rechter-commissaris verzocht om teruggave van zijn paspoort, dat was ingenomen door de curator in het kader van het faillissement. De rechter-commissaris wees dit verzoek af op grond van het risico dat de gefailleerde activa in het buitenland zou kunnen verbergen of gelde zou kunnen onttrekken aan de schuldeisers, alsmede het vluchtgevaar.
De gefailleerde stelde in hoger beroep dat hij volledige openheid van zaken had gegeven en dat zijn relatief lage maandinkomen geen reden was om het paspoort in te houden. Ook voerde hij aan dat de belangenafweging niet proportioneel en subsidiariteit was toegepast.
De curator handhaafde zijn standpunt dat het paspoort moest worden ingenomen om de belangen van de schuldeisers te beschermen, mede vanwege vermoedens van buitenlandse bankrekeningen.
De rechtbank overwoog dat de bevoegdheid tot inname van het paspoort is gebaseerd op artikel 91 Faillissementswet Pro, bedoeld om te voorkomen dat de gefailleerde zich onttrekt aan verplichtingen en activa onttrekt aan de boedel. De rechtbank oordeelde dat de rechter-commissaris in redelijkheid tot zijn beslissing was gekomen en dat de belangen van de schuldeisers zwaarder wegen dan het belang van de gefailleerde om te reizen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de beschikking van de rechter-commissaris bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beschikking tot inname van het paspoort wordt bevestigd.