ECLI:NL:RBARN:2006:AY5361
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over inhoud en gebruiksrechten van erfdienstbaarheden tussen grondeigenaren
De partijen zijn eigenaar van verschillende percelen die gescheiden worden door een weg waarop erfdienstbaarheden rusten. De kern van het geschil betreft de inhoud en het toegestane gebruik van deze erfdienstbaarheden, met name het recht om hekken te sluiten en het gebruik van de weg met motorvoertuigen.
[Eiser] stelt dat hij de hekken gesloten mag houden en dat [gedaagde2] de weg niet met motorvoertuigen mag berijden. Ook vordert hij beperkingen op het gebruik door [gedaagde1], waaronder het beperken van geluidsoverlast en snelheid. [Gedaagde1] en [gedaagde2] betwisten deze beperkingen en vorderen onder meer het recht om de weg met alle voertuigen te gebruiken en automatische opening van hekken.
De rechtbank oordeelt dat het handmatig openen en sluiten van hekken toelaatbaar is, maar dat het sluiten van hekken op slot onredelijk is omdat dit het gebruik van de erfdienstbaarheid bemoeilijkt. Het recht van [gedaagde2] om de weg met motorvoertuigen te gebruiken wordt ontzegd, ook een beroep op verjaring wordt verworpen. Voor [gedaagde1] geldt dat hij de weg met motorvoertuigen mag gebruiken, maar op de minst bezwarende wijze.
De rechtbank wijst de vorderingen tot vergoeding van kosten van hek en asfaltering af. De zaak wordt aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen tot overleg te komen over het gebruik van de weg, met bijzondere aandacht voor een mogelijk beperkt gebruiksrecht voor [gedaagde2].
Uitkomst: De rechtbank wijst toe dat hekken niet op slot mogen zijn en beperkt het gebruik van motorvoertuigen door [gedaagde2], wijst kostenvergoeding af en houdt verdere beslissing aan voor overleg.