ECLI:NL:RBARN:2006:AY4091
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.P.E.E van Groeningen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van voorwaardelijke conclusie van antwoord en comparitie in civiele vrijwaringszaak
In deze civiele vrijwaringszaak tussen Installatiebedrijf Klein Poelhuis Voltman B.V. en Van Wijnen c.s. heeft de rechtbank Arnhem geoordeeld dat de in het procesrecht niet bestaande 'voorwaardelijke conclusie van antwoord' niet kan worden toegestaan. Van Wijnen c.s. had verzocht om onder intrekking van haar reeds genomen conclusie opnieuw te mogen antwoorden, wat de rechtbank in strijd met de goede procesorde achtte.
De rechtbank wees erop dat Van Wijnen c.s. niet had gemotiveerd wat een toewijzing van haar vordering in het ondervrijwaringsincident zou doen afdoen aan haar eerdere conclusie. Daarom werd geen aanleiding gezien om de zaak opnieuw te laten behandelen voor een nieuwe conclusie van antwoord.
Vervolgens beval de rechtbank een comparitie van partijen, bijgestaan door advocaten, om inlichtingen te verkrijgen en te onderzoeken of partijen tot een minnelijke regeling kunnen komen. Daarbij kan ook doorverwijzing naar een mediator aan de orde komen. De comparitie wordt gepland op een langere termijn dan gebruikelijk, mogelijk gelijktijdig met een vergelijkbare zitting in het ondervrijwaringsincident.
De rechtbank waarschuwde partijen dat niet verschijnen kan leiden tot nadelige gevolgtrekkingen en verzocht tijdige toezending van stukken. Tevens werd bepaald dat de comparitie twee uur zal duren en dat partijen vertegenwoordigd moeten zijn door bevoegde personen. De beslissing omtrent de kosten van het incident werd aangehouden tot de hoofdzaak is beslist.
Uitkomst: De rechtbank wijst de incidentele vordering toe voor het oproepen van derden in ondervrijwaring en beveelt een comparitie voor inlichtingen en minnelijke regeling.