ECLI:NL:RBARN:2006:AX7432
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.P.E.E. van Groeningen
- Rechtspraak.nl
Betalingsvordering K + V tegen NIM over opdracht en vertegenwoordigingsbevoegdheid RvC
K + V heeft werkzaamheden verricht op basis van een opdracht die door de Raad van Commissarissen (RvC) van NIM werd gegeven. K + V stelt dat de RvC namens NIM handelde, al dan niet met instemming van het bestuur, en dat NIM daarom gehouden is tot betaling van de facturen. NIM betwist dit en voert aan dat de RvC niet bevoegd was om namens NIM op te treden en dat er geen instemming was met de opdracht.
De rechtbank onderzoekt of de gedelegeerd commissaris die het projectvoorstel ondertekende namens NIM of namens de RvC handelde. De statuten en de wet bieden geen zelfstandige vertegenwoordigingsbevoegdheid aan de RvC zonder bestuursinstemming, ook niet bij tegenstrijdige belangen. De rechtbank oordeelt dat K + V bewijs moet leveren van instemming of van gedragingen die een redelijke verwachting van bevoegdheid scheppen.
De rechtbank verwerpt het verweer van NIM dat K + V haar verplichtingen niet is nagekomen als grond voor niet-betaling, zolang niet is vastgesteld dat de overeenkomst is ontbonden of dat sprake is van verzuim. De zaak wordt aangehouden voor bewijslevering en getuigenverhoren, waarbij partijen worden opgeroepen om te verschijnen en bewijsstukken te overleggen.
Uitkomst: De rechtbank draagt K + V op bewijs te leveren van instemming of redelijke verwachting van bevoegdheid en houdt de beslissing aan voor verdere bewijslevering.