ECLI:NL:RBARN:2006:AW1831
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Letselschadevergoeding na ernstig hersenletsel door verkeersongeval met erkenning aansprakelijkheid
Eiser is op 23 november 1990 als voetganger aangereden door een auto en liep ernstig diffuus en focale hersenletsel op, met blijvende cognitieve, motorische en communicatieve beperkingen. De aansprakelijkheid van de verzekeraar RVS is erkend, zodat het geschil zich richt op de omvang van de schadevergoeding.
Medische deskundigen stelden een functionele invaliditeit vast van circa 44-45%. Eiser heeft een beperkt arbeidsvermogen en kan geen reguliere arbeid verrichten. Zijn hypothetische carrière zonder ongeval zou een HBO- of WO-opleiding zijn geweest met een bijbehorend gemiddeld salaris. De rechtbank oordeelt dat het verlies aan arbeidsvermogen moet worden berekend op basis van het verschil tussen dit hypothetische inkomen en de feitelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering.
Verder vordert eiser smartengeld, vergoeding van verplaatste schade door zorg van ouders, toekomstige zorgbehoefte, materiële schadeposten zoals aanpassingen woning, vervoerskosten, rijlessen, hulpmiddelen en auto met automaat. De rechtbank beoordeelt deze posten afzonderlijk, wijst smartengeld van €85.000 toe, verplaatste schade op €100.000 en materiële schade deels toe met nadere onderbouwing. De toekomstige zorgbehoefte wordt verwezen naar schadestaatprocedure wegens onzekerheid.
De rechtbank wijst ook vergoeding toe van buitengerechtelijke kosten en expertisekosten en behandelt de wettelijke rente vanaf 5 april 1991, rekening houdend met reeds verstrekte voorschotten. De zaak wordt aangehouden voor nadere stukken en berekeningen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de meeste schadeposten toe en houdt de zaak aan voor nadere onderbouwing en berekening.