ECLI:NL:RBARN:2006:AW1632
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling verzekeringspremies na echtscheiding en schorsing verzekering
De verzekerde sloot in 1999 een ziektekostenverzekering af voor zichzelf en zijn twee kinderen, later uitgebreid met zijn echtgenote. Na hun echtscheiding stopte de verzekerde met premiebetaling per 1 december 2001. De verzekeraar schortte de verzekering op 15 maart 2003, maar handelde niet tijdig om de verzekering te beëindigen.
De rechtbank oordeelt dat de verzekeraar aanspraak kan maken op premies tot de datum van schorsing, 15 maart 2003, maar niet daarna. Voor de ex-echtgenote en kinderen geldt dat de verzekering per 16 maart 2002 eindigde, zodat premies daarna niet verschuldigd zijn. De verzekerde had de opzegging van november 2002 niet effectief gedaan, waardoor deze niet geldt.
De verzekeraar betaalde nota’s voor de verzekerde en één kind uit de periode met dekking terecht. Nota’s voor het andere kind na beëindiging zijn niet terug te vorderen. Incassokosten van €662 worden toegewezen. De rechtbank compenseert proceskosten en houdt verdere beslissingen aan voor nadere berekeningen.
Uitkomst: De verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van premies tot 15 maart 2003 en de vordering daarna wordt afgewezen; incassokosten worden toegewezen.