ECLI:NL:RBARN:2006:AV5245
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.H. van Empel
- Rechtspraak.nl
Toewijzing loonvordering wegens onvoldoende bewijs arbeidsovereenkomst en betwiste handtekening
In deze zaak stond centraal of er een arbeidsovereenkomst bestond tussen eiser en gedaagde voor de periode van 1 februari 2003 tot 31 juli 2003. Gedaagde moest bewijzen dat deze overeenkomst was aangegaan, maar slaagde hier niet in. Er werd een handtekening op de overeenkomst betwist door eiser, waarna twee deskundigenonderzoeken werden uitgevoerd.
De eerste deskundigenrapportage werd door een derde deskundige bekritiseerd vanwege het ontbreken van erkenning en professionele standaarden. De tweede deskundige concludeerde dat de betwiste handtekening waarschijnlijk door eiser was geplaatst, zonder aanwijzingen voor nabootsing. Dit leidde ertoe dat het stuk als bewijsmiddel werd erkend, maar zonder volledige bewijskracht.
De kantonrechter oordeelde dat gedaagde het bewijs onvoldoende had geleverd, mede omdat de getuigenverklaring onvoldoende overtuigend was en eiser als getuige ontkende de handtekening te hebben geplaatst. Daarom werden de loonvorderingen van eiser toegewezen, inclusief wettelijke rente en een gematigde wettelijke verhoging van 15%. De proceskosten werden aan gedaagde opgelegd, terwijl buitengerechtelijke kosten werden afgewezen.
Uitkomst: De loonvorderingen van eiser worden toegewezen wegens onvoldoende bewijs van gedaagde voor het ontbreken van een arbeidsovereenkomst.