ECLI:NL:RBARN:2006:AV2021
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongebruikelijke terbeschikkingstelling van levensverzekering bij vennootschap van moeder
Eiser sloot in 1991 een levensverzekering af bij een vennootschap waarvan hij enig aandeelhouder was. In 2000 werd deze verzekering overgedragen aan een vennootschap waarvan zijn moeder de enige aandeelhouder was. De Belastingdienst kwalificeerde deze situatie als een terbeschikkingstelling van vermogensbestanddelen aan een verbonden vennootschap, vallend onder de terbeschikkingstellingsregeling van de Wet inkomstenbelasting 2001.
Eiser stelde dat de verzekering onder box 3 viel en dat er geen sprake was van een ongebruikelijke terbeschikkingstelling, omdat de verzekeringsrisico's nagenoeg niet bij de vennootschap lagen. De rechtbank oordeelde echter dat het feit dat het risico binnen de familiekring blijft, maatschappelijk ongebruikelijk is en daarmee onder de regeling valt.
De rechtbank stelde vast dat er nog een klein verzekeringsrisico aanwezig was op het moment van overdracht, wat de ongebruikelijkheid niet wegneemt. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de aanslag inkomstenbelasting wordt ongegrond verklaard wegens een ongebruikelijke terbeschikkingstelling.