ECLI:NL:RBARN:2006:AV1167
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevel tot voorlopige verpleging blijft van kracht tot onherroepelijke bodemuitspraak
Eiser is veroordeeld tot tbs met voorwaarden, waarvan de omzetting in tbs met dwangverpleging werd gevorderd en door de rechtbank werd afgewezen. De officier van justitie vorderde tevens voorlopige verpleging, welke door de rechter-commissaris werd bevolen. Eiser betoogde dat het bevel tot voorlopige verpleging verviel na de bodemuitspraak, maar de rechtbank oordeelde dat zolang de bodemuitspraak niet onherroepelijk is, het bevel blijft gelden.
De rechtbank maakte een vergelijking met voorlopige hechtenis en andere tbs-procedures, maar verwierp deze als niet passend. De voorzieningenrechter baseerde zich op de jurisprudentie van de Hoge Raad, die stelt dat een voorlopige uitspraak slechts vervalt bij onherroepelijkheid van de bodemuitspraak of een afwijkende uitspraak die de grondslag van het voorlopige verbod wegneemt.
De rechtbank concludeerde dat er geen onaanvaardbare rechtsonzekerheid mag ontstaan door het vervallen van het bevel vóór onherroepelijkheid. Daarom blijft de voorlopige verpleging van kracht totdat de bodemuitspraak onherroepelijk is geworden. De vordering van eiser tot onmiddellijke invrijheidstelling werd afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bevel tot voorlopige verpleging blijft van kracht totdat de bodemuitspraak onherroepelijk is, waardoor de gevorderde onmiddellijke invrijheidstelling wordt afgewezen.