ECLI:NL:RBARN:2006:AV1134
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Barrau
- K.A.M. van Hoof
- E. Klein Egelink
- Rechtspraak.nl
Langdurigheidstoeslag bij gedeeltelijke WAO-uitkering strijdig met non-discriminatiebeginsel
De zaak betreft een bijstandsgerechtigde die een langdurigheidstoeslag op grond van artikel 36 van Pro de Wet werk en bijstand (WWB) aanvraagt. Deze toeslag wordt geweigerd omdat eiser een gedeeltelijke WAO-uitkering ontvangt, waardoor hij niet voldoet aan de voorwaarde dat gedurende 60 maanden geen inkomsten uit arbeid zijn genoten.
Eiser betwist deze weigering en stelt dat het onderscheid tussen bijstandsgerechtigden met en zonder gedeeltelijke WAO-uitkering niet objectief en redelijk is en in strijd is met het non-discriminatiebeginsel zoals vastgelegd in artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR). Hij voert aan dat zijn arbeidsmarktperspectief slechter is dan dat van volledig gezonde bijstandsgerechtigden.
De rechtbank overweegt dat het arbeidsmarktperspectief van gedeeltelijk arbeidsongeschikten algemeen bekend slechter is dan dat van volledig arbeidsgeschikten. Het onderscheid in artikel 36 WWB Pro is daarom niet op objectieve en redelijke gronden gebaseerd. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en veroordeelt de gemeente Arnhem tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De rechtbank hoeft daardoor niet in te gaan op de subsidiaire grieven van eiser. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de langdurigheidstoeslag wordt vernietigd.