ECLI:NL:RBARN:2005:AU9677
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- I. Linssen
- J.J. Catsburg
- J.H.M. Delnooz-Engels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek geruisloze overgang onderneming naar BV en lijfrente oudedagsreserve
Eiser en zijn echtgenote drijven een horecaonderneming in VOF-vorm en wilden deze inbrengen in een BV. Er is echter geen daadwerkelijke inbreng van de onderneming in de BV geweest; de aandelen zijn volgestort in contanten. Verweerder heeft de aanslag inkomstenbelasting 2001 opgelegd met correcties op stakingswinst en lijfrentepremies.
Eiser verzocht toepassing van artikel 3.65 Wet IB 2001 (geruisloze overgang onderneming naar BV), maar dit verzoek is afgewezen omdat geen sprake was van inbreng van een onderneming. Subsidiair wilde eiser de vrijval van de oudedagsreserve omzetten in een lijfrente bij de BV, maar ook dit werd geweigerd omdat de BV geen toegelaten verzekeraar is.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht de faciliteit van artikel 3.65 Wet IB 2001 niet toepaste en de lijfrenteaftrek niet accepteerde. Het beroep wordt ongegrond verklaard. Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen aan verweerder toe te rekenen onrechtmatigheid is vastgesteld.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om toepassing van artikel 3.65 Wet IB 2001 wordt afgewezen.