ECLI:NL:RBARN:2005:AU9080
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. Noordraven
- Rechtspraak.nl
Toestemming echtgenote voor verkoop woning en gevolgen vaststellingsovereenkomst
In deze civiele zaak staat centraal of de mondelinge toestemming van de echtgenote tijdens een comparitie voor de verkoop van de echtelijke woning rechtsgeldig was. De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 1:88 BW Pro toestemming van de andere echtgenoot vereist is voor verkoop van de gezamenlijke woning, maar dat deze toestemming niet schriftelijk hoeft te zijn tenzij de wet dat voorschrijft. Omdat de kopers rechtspersonen zijn, geldt het schriftelijkheidsvereiste niet en is mondelinge toestemming voldoende.
De rechtbank stelt vast dat de echtgenoot tijdens de comparitie de indruk heeft gewekt dat zijn vrouw toestemming had gegeven, mede doordat de zitting werd geschorst om telefonisch overleg mogelijk te maken. De vrouw heeft later de nietigheid van de overeenkomst ingeroepen, maar de rechtbank oordeelt dat de wederpartij te goeder trouw was en mocht aannemen dat toestemming was verleend. Het beroep op nietigheid wordt daarom verworpen.
Verder wordt geoordeeld dat voor de juridische levering van de woning geen aparte toestemming van de echtgenote nodig is, omdat de levering voortvloeit uit de reeds gesloten vaststellingsovereenkomst. De vordering van Hoevens Schoenen B.V. tot medewerking aan de levering wordt toegewezen, inclusief ontruiming en sleuteloverdracht. De kosten van de procedure en het beslag worden aan de zijde van Hoevens toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering toe en veroordeelt de echtgenoten tot medewerking aan de levering van de woning aan Hoevens.