ECLI:NL:RBARN:2005:AU7541
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur bij nieuwbouwinvestering
In deze zaak staat de aansprakelijkheid van de bestuurder van twee failliete vennootschappen centraal, naar aanleiding van investeringsbeslissingen rondom een nieuwbouwproject. De rechtbank heeft een deskundigenbericht laten opstellen waarin de financiële en bedrijfseconomische haalbaarheid van de investeringen is beoordeeld. De deskundige concludeert dat hoewel de initiële keuze voor het nieuwbouwplan niet onverantwoord was, de voortzetting van de bouwactiviteiten op basis van ongewijzigde en optimistische prognoses in 2001 wel onverantwoord was.
De bestuurder heeft ondanks tegenvallende bedrijfsresultaten en gewijzigde omstandigheden de prognoses niet aangepast en de investeringen voortgezet, wat volgens de rechtbank lichtzinnig en onverantwoord was. Dit handelen kwalificeert als kennelijk onbehoorlijk bestuur in de zin van artikel 2:248 lid 1 BW Pro. De stelling van de bestuurder dat externe factoren het faillissement hebben veroorzaakt, wordt door de rechtbank verworpen, omdat deze factoren onvoldoende onderbouwd zijn of niet doorslaggevend zijn.
De rechtbank wijst de bestuurder aan als aansprakelijke voor het tekort in de boedel van beide faillissementen en verwijst de zaak naar de schadestaatprocedure om de omvang van de schade en eventuele matiging te bepalen. Verdere beslissingen worden aangehouden totdat nadere stukken zijn ingediend en beoordeeld.
Uitkomst: De bestuurder wordt aansprakelijk gehouden voor het faillissementstekort wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur.