ECLI:NL:RBARN:2005:AU7390
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigheid aandelenleaseovereenkomsten wegens strijd met Wet op het consumentenkrediet
De zaak betreft zes aandelenleaseovereenkomsten tussen eiser en Dexia, waarbij eiser geld leende om aandelen te 'leasen' met de hoop op beurswinst. Tijdens de looptijd daalden de aandelenkoersen aanzienlijk, wat leidde tot restschulden. Dexia vorderde betaling van deze restschuld, terwijl eiser de overeenkomsten nietig of vernietigbaar wilde verklaren wegens strijd met de Wet op het consumentenkrediet (WCK).
De rechtbank oordeelde dat Dexia ten tijde van het aangaan van de overeenkomsten niet beschikte over de vereiste vergunning volgens art. 9 WCK Pro, waardoor de overeenkomsten nietig zijn op grond van art. 3:40 lid 2 BW Pro. Dit nietigheidsbesluit volgt ook uit de parlementaire geschiedenis en het doel van de WCK om consumenten te beschermen en een ordelijke markt te waarborgen.
Door de nietigheid vervalt de rechtsgrond voor de wederzijdse prestaties, waardoor terugbetaling van de betaalde bedragen door Dexia aan eiser noodzakelijk is. De rechtbank wijst toe dat Dexia bewijs moet leveren dat zij de aandelen daadwerkelijk heeft gekocht en verkocht tegen opgegeven waarden, en dat zij een gespecificeerde opgave moet doen van de door eiser betaalde bedragen.
Andere vorderingen van eiser, zoals vernietiging van een specifieke zinsnede op aanmeldingsformulieren en inzage in klantenremisierovereenkomsten, worden afgewezen. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan en verwijst de zaak naar de rolzitting voor bewijslevering door Dexia.
Uitkomst: De aandelenleaseovereenkomsten zijn nietig wegens strijd met de Wet op het consumentenkrediet; Dexia moet bewijs leveren van daadwerkelijke aandelenhandel en een gespecificeerde opgave doen van betaalde bedragen.