ECLI:NL:RBARN:2005:AU6312
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dagloon en sollicitatieplicht bij gecombineerde WAO- en WW-uitkering
Eiser ontving een WAO-uitkering en kreeg daarnaast een WW-uitkering toegekend met een dagloon van € 77,58. Verweerder baseerde het dagloon van de WW-uitkering op het dagloon van de WAO-uitkering, conform artikel 14 van Pro de Dagloonregels IWS. Eiser stelde dat het dagloon berekend had moeten worden over zijn laatstverdiende loon bij zijn voormalige werkgever Wegener, omdat hij daar tot 1 november 2004 in dienst was.
De rechtbank oordeelde dat bij de berekening van de WAO-uitkering geen rekening was gehouden met arbeid die eiser na het intreden van de arbeidsongeschiktheid bij Wegener had verricht, en dat eiser feitelijk niet meer werkte in die dienstbetrekking. Daarom was het juist dat verweerder het dagloon van de WW-uitkering gelijkstelde aan dat van de WAO-uitkering.
Verder wees de rechtbank het beroep tegen het besluit dat de sollicitatieplicht ook voor eiser geldt af als niet-ontvankelijk, omdat dit besluit niet op bezwaar was genomen en dus niet voor beroep vatbaar is. Tijdens de zitting gaf verweerder aan dat nader onderzoek leidde tot de conclusie dat eiser niet onder de sollicitatieplicht valt. De rechtbank legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: Het beroep tegen het dagloonbesluit wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het besluit over de sollicitatieplicht niet-ontvankelijk.