ECLI:NL:RBARN:2005:AU5578
Rechtbank Arnhem
- Voorlopige voorziening
- W.F. Bijloo
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen weigering verklaring van geschiktheid door CBR wegens alcoholmisbruik
Het CBR weigerde op 18 mei 2005 aan verzoeker een verklaring van geschiktheid voor rijbewijscategorie B, omdat het vermoedde dat verzoeker mogelijk alcoholmisbruik vertoonde. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening om het besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter overwoog dat het CBR slechts bevoegd is een keuring te vorderen indien de eigen verklaring of medische gegevens dit rechtvaardigen. In deze zaak was geen onderzoek naar de geschiktheid van verzoeker verricht, ondanks een eerdere melding van een hoog ademalcoholgehalte in 2002. De rechter stelde dat alleen gegevens uit een dergelijk onderzoek het weigeren van de verklaring kunnen rechtvaardigen.
Omdat het CBR geen onderzoek had laten uitvoeren en er geen bewijs was dat verzoeker onjuist had verklaard, werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. Het bestreden besluit werd geschorst en het CBR werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
De uitspraak benadrukt de strikte voorwaarden waaronder het CBR kan optreden bij vermoedens van lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid en beschermt de rechten van aanvragers tegen ongegronde keuringseisen.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt toegewezen en het besluit van het CBR wordt geschorst.