ECLI:NL:RBARN:2005:AU4304
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Handhaving dwangsom wegens ongeoorloofd planten haag binnen beschermingszone watergang
Eiser had een coniferenhaag geplant binnen de beschermingszone van een A-watergang, op een afstand van 0,5 meter van de insteek, terwijl volgens de Keur en beleidsregels een strook van minimaal 1,5 meter vrij moet blijven. Verweerder legde een last onder dwangsom op om de haag te verwijderen.
De rechtbank stelt vast dat de haag in strijd is met de Keur is geplaatst en dat geen ontheffing is verleend of geacht wordt te zijn verleend. Het feit dat een oude haag op dezelfde plek stond en werd gedoogd, rechtvaardigt geen afwijking van het handhavingsbeleid. Verweerder heeft het recht om gedoogsituaties geleidelijk te beëindigen.
Hoewel verweerder momenteel het onderhoud vanaf de zijde van eiser niet volledig kan uitvoeren, weegt het algemeen belang bij handhaving en het voorkomen van precedenten zwaarder dan het individuele belang van eiser. De rechtbank acht het standpunt van verweerder redelijk en wijst het beroep af.
Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de handhaving van de dwangsom wegens het planten van een haag binnen de beschermingszone van de watergang wordt ongegrond verklaard.