ECLI:NL:RBARN:2005:AU1575
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- G. Noordraven
- Rechtspraak.nl
Handhaving tweede hypotheekrecht leidt tot misbruik van bevoegdheid bij executiewaarde tekort
In deze kortgedingprocedure vordert eiser dat de rechtbank bepaalt dat het vonnis in de plaats treedt van de medewerking van gedaagde bij het doorhalen van het recht van tweede hypotheek op het appartement van eiser. Eiser heeft een geldlening ontvangen van gedaagde, waarvoor een tweede hypotheek is gevestigd. De eerste hypotheekhouders hebben een hogere vordering dan de executiewaarde van het onroerend goed, waardoor het onwaarschijnlijk is dat gedaagde na executie iets zal ontvangen.
Eiser stelt dat gedaagde geen redelijk belang heeft bij het handhaven van de tweede hypotheek en dat dit handhaven misbruik van bevoegdheid inhoudt. Gedaagde voert verweer, maar de rechtbank neemt aan dat de executiewaarde ontoereikend is om de eerste hypotheekhouders te voldoen en dat het tweede hypotheekrecht daardoor zal vervallen zonder uitkering aan gedaagde.
De rechtbank concludeert dat gedaagde voorshands geen belang heeft bij handhaving van het tweede hypotheekrecht en dat het handhaven daarvan misbruik van bevoegdheid is. Daarom wijst de rechtbank het gevorderde toe en bepaalt dat het vonnis in de plaats treedt van de medewerking van gedaagde bij het doorhalen van het tweede hypotheekrecht. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het vonnis treedt in de plaats van medewerking van gedaagde bij doorhaling tweede hypotheek wegens misbruik van bevoegdheid.